Verzorging

Foto's, teksten en afbeeldingen mogen niet zonder mijn schriftelijke toestemming worden gebruikt.

Copyright © 2009-2017 Vorkosmia. Alle rechten voorbehouden.

Natuurlijke verzorging

 

Onze filosofie is om zoveel mogelijk natuurlijke remedies te gebruiken. We proberen chemische middelen zoveel mogelijk te vermijden.

Wij geloven in de kracht van de natuur, maar dit betekent natuurlijk niet dat we onze dieren nooit naar de dierenarts brengen.

Hier is een kleine lijst va producten waar wij in geloven:

  • Ten eerste, rauwe voeding: Dit is de basis voor een gezonde hond;
    • De snacks en beloningen die we onze honden geven zijn ook natuurlijk. We hebben een voedseldroger om dit te maken. Hiermee kan je zelf je gedroogde pens, long, hart, konijnenoren, eendenvoetjes etc. mee maken.
  • Teatree-olie: We vullen een plantenspuit met afgekoeld, gekookt water en voegen hier 2-3 druppels biologische 100% teatree-olie aan toe. Dit sprayen we zo nu en dan op onze honden. Het helpt tegen vlooien en teken;
  • Propolis tinctuur: Dit gebruiken we om onze honden te "ontwormen". Dit vermoordt de wormen niet, maar zorgt ervoor dat de wormen hun leefomgeving niet fijn vinden;
  • Kokosolie: Er zijn veel voordelen ontdekt voor honden;
  • Calendulazalf: Voor wonden.

 

 

 

Rauwe voeding

 

Waarom rauwe vleesvoeding?

 

Als je kiest voor rauwe vleesvoeding, kies je voor voeding die past bij het verteringsstysteem van een (opportunistische) carnivoor (vleeseter) zoals een hond en kat. Er wordt wel eens beweerd dat een hond een omnivoor (planten- en vleeseter) is en geen carnivoor, maar als je naar het verteringsstelsel en het gebit kijkt klopt dat niet. De darmen zijn wel iets beter aangepast op plantaardig voer dan bij een kat, de term opportunistische carnivoor vind ik dan ook het beste bij een hond passen. Als hij de kans heeft, eet hij ook plantaardig voedsel, maar dat betekent niet dat een hoofdzakelijk plantaardige voeding het beste is. Katten zijn nog duidelijker carnivoor en hebben minder tot geen behoefte aan plantaardig voedsel.

 

Waarom is het zo gezond?

 

Rauw vlees heeft ten opzichte van verhitte voeding zoals blikvoer en brokken meerdere voordelen:

- er zitten goede bacterien in die goed zijn voor de darmen en daardoor zorgen voor een betere afweer

- het zorgt voor een zuurder maagzuur, waardoor slechte bacterien en parasieten minder/geen overlevingskans hebben

- het zorgt voor minder afvalstoffen in het lichaam

- het belast de organen minder

- de voedingsstoffen zijn natuurlijk en niet synthetisch (alhoewel sommige kvv-merken wel synthetische vitamines toevoegen)

Een vergelijking tussen brok en vers vlees vind je in het artikel Brok vs Rauw.

 

Wat merk ik daar dan van?

 

Dat verschilt per dier, maar veelgehoorde verschillen tussen het voeren van

brok en vers zijn:

- geen jeuk meer

- niet meer zo stinken (lichaamsgeur, winderigheid, uit de bek stinken)

- minder vaak naar de de dierenarts

- mooiere vacht

- geen oorontstekingen meer

- geen volle anaalklieren meer

- minder vaak poepen en kleinere opraapbare drollen

- minder vaak wormen en/of vlooien

- minder hyperactief, maar wel actief

 

Hoe kan dat?

 

Doordat verhitte voeding zorgt voor veel afvalstoffen, worden de afvalstoffen op verschillende andere manieren uitgescheiden, bijvoorbeeld via de interne organen, via de vacht (doffe vacht, jeuk, stank), via de darmen (daar kan het dier winderig van worden), via de oren (oorontsteking). Daarnaast is de ontlasting op verhit voer te zacht om de anaalklieren uit te drukken, maar een goede vers vlees drol zorgt er vanzelf voor dat de anaalklieren leeggedrukt worden. De functie van de anaalklieren is om een geurtje mee te geven aan een drol, zodat anderen die de drol ruiken weten van wie die is. Als de ontlasting te zacht is, lukt dit niet, en blijft de geurstof in de anaalklieren zitten.

 

Bron: http://www.voerwijzer.com/rauwe-vleesvoeding-hond-kat

 

 

Vaccinatie

 

Zoals de meeste mensen weten, krijgen pups een reeks van verschillende vaccinaties op de leeftijd van 6, 9 en 12 weken. Maar gelukkig worden eigenaren zich steeds meer bewust van de eventuele bijwerkingen van de jaarlijkse vaccins en vaccinaties om de 3 jaar. Steeds meer denken mensen er over na of zij er nog verstandig aan doen om te vaccineren bij hun volwassen honden. Het wordt namelijk ook steeds duidelijker dat jaarlijkse entingen onnodig en in het slechtste geval zelfs schadelijk zijn. Hetzelfde geldt voor de puppy vaccinaties. Maar! Begin hier niet aan voordat je het een en ander weet en begrijpt over vaccins, vaccineren en immuniteit. Naast alle informatie is het ook nodig dat je bijvoorbeeld een homeopaat achter de hand heeft (maak eens een afspraak met een homeopaat in de buurt voor een kennismakingsgesprek) en dat je hond verder ook optimaal in balans is.

 

Maternale of geërfde antistoffen

Wanneer pups nog erg jong zijn, dan zijn ze beschermd tegen de ziekte door inname van het eerste moedermelk (colostrum). Deze rijke melk bevat maternale antistoffen. Het immuunsysteem van de pup is nog niet volgroeid, of actief. Pas wanneer de pup 6 maanden is, wordt het immuunsysteem actief. De maternale (geërfde) antistoffen zorgen voor passieve immuniteit voor elke pup.

Wanneer een pup, met een redelijke hoeveelheid maternale antistoffen, gevaccineerd wordt, zullen de maternale antistoffen het vaccin inactiveren, net zoals het zou gebeuren met een echt virus. Wat de maternale stoffen echter niet kunnen, is de pup beschermen tegen de giftige stoffen die in het vaccin zitten. Onder die giftige stoffen worden onder andere de schadelijke chemicaliën kwik, aluminium en formaldehyde bedoeld. Dit zijn stuk voor stuk kankerverwekkende stoffen.

Dierenartsen en eigenaren van dieren worden aangeleerd om te geloven dat ‘meer en vaker’ ook ‘beter’ is bij die toepassing van vaccins. Maar als je bovenstaande hebt gelezen, weet je al voor een groot deel dat dit niet zo is en er zelfs gevaren aan de vaccinaties kleven.

Bij het maken van een vaccinatieschema voor pups is gekeken naar een periode dat er een lage staat van maternale bescherming is, zodat deze niet het vaccin blokkeren. Maternale antistoffen worden na verloop van tijd zwakker, maar de snelheid van de verzwakking verschilt tussen verschillende honden en zelfs bij verschillende rassen onderling.

De maternale antistoffen voor hondenziekten zijn redelijk voorspelbaar en zijn meestal laag genoeg, om een vaccinatie effectief te maken, bij een leeftijd van 8 a 9 weken.

De maternale antistioffen voor Parvo zijn echte veel minder voorspelbaar in hun afnemende status, en blijven soms wel 26 weken actief bij sommige honden/rassen.

Dit gebrek aan voorspelbaarheid is de reden waarom pups zo vaak gevaccineerd worden. Dierenartsen proberen – elke 2 tot 4 weken – tot 16 weken het juiste moment te vinden wanneer de maternale antistoffen laag genoeg zijn om het vaccin te kunnen accepteren. Dit slaat helemaal nergens op. Vaccineren heeft niet veel zin als dit te snel achter elkaar gebeurd, of wanneer de pup al beschermd is.

 

Intelligente vaccinatie

Immunoloog Dr. Ronald Schultz merkte het voorgaande ook op. Hij raadt aan de hond minimaal te vaccineren. Dit komt er op neer dat er één keer tegen Parvo gevaccineerd wordt. Één keer tegen hondenziekte (ook wel de ziekte van Carré of Distemper genaamd) en één keer voor Hepatitis. Dit allemaal op de leeftijd van 12 weken.

 

Bescherming

De inenting biedt bescherming vanaf de leeftijd van 12 weken. Indien het dier vroeger gevaccineerd wordt, kan de maternale immuniteit het vaccin gaan tegenwerken. Wanneer dit het geval is, zal de vaccinatie herhaald moeten worden na die 12 weken. 12 weken is geen willekeurig getal. Het is de vroegste leeftijd waar een combinatie van Parvo/Hondenziekte vaccins de grootste kans van bescherming biedt aan pups.

 

Veldonderzoek uit 1996 van Pfizer

De pups werden in 2 groepen verdeeld. Groep A kreeg een enkele vaccinatie op 12 weken en Groep B kreeg een eerste vaccinatie tussen de 8 en 10 weken, en een tweede op de leeftijd van 12 weken.

Toen de titers (van ‘titeren’) werden gemeten van de A pups, waren zij 100% postief. Dit betekent dat ze volledig beschermd waren. Bij groep B was slecht 94% positief, terwijl zij 2x gevaccineerd waren.

Hierdoor lijkt het er zelfs op dat, wanneer het eerste vaccin te vroeg gegeven wordt, bij de tweede keer vaccineren in sommige gevallen het tweede vaccin wordt geblokkeerd. Dus wanneer uw pup twee keer wordt gevaccineerd, vergroot dit niet alleen de kans op de bijwerkingen van het vaccin, maar het lijkt ook de algehele vaccinatie minder effectief te maken.

Pups die slechts één keer zijn gevaccineerd op de leeftijd van 12 weken hebben vrijwel 100% kans om beschermd te zijn. Als je het gevoel hebt dat jij je pup moet/wilt vaccineren, maar het risico zoveel mogelijk wilt verminderen, vaccineer dan één keer op de leeftijd van 12 weken. Dit is een veilige en effectieve aanpak.

Wanneer je het niet vertrouwd met de bescherming van slechts één vaccinatie, laat de dierenarts dan een titer nemen 4 weken na de vaccinatie. Op de leeftijd van 8 weken kan dit ook gedaan worden, om jezelf gerust te stellen. Hieronder zie je een duidelijk schema:

 

1. Titeren op 8 weken

2. Vaccineren op 12 weken

3. Titeren op 16 weken (ter controle)

4. Daarna titeren met 1 jaar, 4 jaar, 7 jaar etc. en vaccineren pas wanneer dit nodig is

 

Het is belangrijk om te weten dat, wanneer je besluit om uw pup pas op 12 weken te vaccineren, het verstandig is de pup niet in gebieden uit te laten waar veel honden zijn. Een van die plaatsen is de dierenartspraktijk zelf. Wanneer je de pup naar de dierenarts brengt op de leeftijd van 12 weken, is het belangrijk om hem/haar te dragen. Dit is namelijk DE plaats om virussen op te doen. Misschien kun je zelfs proberen om de eerste patiënt van de dag te zijn. Zo weet je zeker dat de vloeren en tafels nog schoon zijn.

 

Ondanks het ‘zware vaccinatieschema’ krijgt 28% van de gevaccineerde pups nog steeds het Parvovirus. Een deel van de reden is dat de pups blootgesteld waren aan de omgeving van de dierenartspraktijk.

 

Vaccineren heeft een realistisch risico op het creëeren van chronische, slopende ziekten. De meeste dierenartsen en eigenaren zien het verband niet, omdat deze zich weken, maanden of zelfs jaren na de vaccinatie kunnen ontwikkelen.

 

Het is onnodig het immuunsysteem van de pup te verstoren met vaccinaties die elke 3 tot 4 weken plaats vinden. Voor veel hondenbezitters is het gelukkig al niet langer meer een veilige optie. Zoek een dierenarts die het eens is met deze aanpak en je zult het risico van auto-immuun en vaatziekten verminderen bij uw pup. Nu, en in de toekomst.

 

Titeren

Dit is een klein bloedonderzoek om er achter te komen hoeveel antistoffen uw hond nog in zijn of haar lichaam heeft tegen een bepaald virus. Er is maar 1 druppel bloed voor nodig. Bij pups is 1 pup uit het nest genoeg, omdat ze allemaal hetzelfde binnen hebben gekregen in die korte tijd. Om er achter te komen of er een dierenarts in uw buurt zit, die werkt met een titerbepaling, kun je kijken op deze pagina.

 

Bron: http://www.hetbestevoormijnhond.nl/gezondheid/vaccineren/